Zeddam  de Torenmolen          Molenaars van de Torenmolen    pagina 4
update: 27-01-13
Foto's van deze site mogen zonder toestemming niet gebruikt worden voor andere doeleinde.
Tegen een vergoeding is het mogelijk foto's of gegevens van deze site te gebruiken voor privé of zakelijke doeleinde, neem dan contact op de eigenaar.

WIE HEBBEN DE GRAFELIJKE TORENMOLEN ALLEMAAL BEMALEN?

Het zijn er velen geweest, maar van voor 1658 is er niet veel van bekend. Als eerste kunt u de oudste archiefteksten lezen over de molen. De toen gebruikte woorden hebben we in de tekst laten staan.

"Item die molen ten Berge int do Zedem IIIIc int VIII - d.i. 408 -malder", 2/3 rogge, 1/3 gerst", zo luidt een post in de boekhouding van de "bouwmeester" van Huis Bergh in het boekjaar lopend van Sint Maarten 1441 - d.i. 11 nov. - tot dezelfde feestdag in het daarop volgende jaar.

De molens te 's Heerenberg en Zeddam behoorden dus tot de particuliere bezittingen van de Heren - sinds 1486 Graven van (den) Bergh. Namens hen werden ze verpacht, zoals uit nadere gegevens blijkt eens in de drie jaar bij publieke verpachting, aan de meest biedende. Zij waren de houders van het wind- en maalrecht in het gebied van 's Heerenberg en Zeddam, d.w.z. dat alleen zij gerechtigd waren molens te vestigen en te houden. Alle ingezetenen van deze beide plaatsen en hun onderhorige buurtschappen - t.w. Stokkum, Lengel, Azewijn, Braamt, Kilder en Wijnbergen - waren verplicht in die molen(s) hun graan te laten malen. Hoe oud de beide molens in 1441 al waren is niet na te gaan, omdat vroegere gegevens hieromtrent niet bewaard zijn gebleven.


De pacht werd in natura vastgesteld, meestal 2/3 rogge en 1/3 gerst, soms ook enige mudden weit of tarwe. Zo ook in 1442 en 1443 toen de pacht gesteld was op 187 malder rogge, 123 malder gerst en nog 10 malder weit. Weit gold als dubbel zo veel waard als rogge, zodat in dit jaar een nog hogere pacht was geboden als drie jaar eerder. Die hoogte is nadien nooit meer bereikt. Rogge werd verreweg het meest aangeboden. Het was een graansoort die op minder zware grond en met lichtere bemesting tot een betere opbrengst leidde dan tarwe. Bovendien werd roggebrood om z'n hoge calorische waarde het meest gegeten. Gerst werd eveneens veel verbouwd, doch kwam minder op de molen, omdat het meeste daarvan voor het brouwen van bier, de dagelijkse drank toen thee en koffie nog onbekend waren, werd gebruikt.

Er staat echter nog wel iets meer achtergrondinformatie in de dorre notities van de boekhouding. Voor "die molenbrant" zo noteert de Berghse boekhouder was aan pacht 50 malder rogge en 90 malder gerst ontvangen, "ind nadat die molen ten Berge verbrant was, ontfangen van de knaep - d.i. knecht - van den molen to Zedem 21 malder en 2 1/2 schepel rogge en 23 malder gerst."
"Katryn des mollers wyff"
gaf nog 6 malder weit. Van de verplichte 408 malder was dus slechts 184 malder betaald plus nog wat tarwe. De oorzaak daarvan is duidelijk, doch de mededeling vertelt tegelijk, dat de molen te Zeddam slechts een nevenbedrijf van die te 's Heerenberg was, waarop een knecht de zaken verzorgde.

Bij akte van 5 oktober 1451 kende Willem, heer van (den) Bergh, aan het door hem gestichte Sint Gertrudisgasthuis in de Kellenstraat te 's Heerenberg een rente toe van één malder rogge en één malder gerst uit elk van zijn molens te 's Heerenberg, Zeddam, Didam en Gendringen. Daar zou men uit op kunnen maken, dat de molen te Zeddam als een volwaardig bedrijf werd beschouwd. Maar de Berghse rentmeester, Theodorus Peys noteert in z'n boekhouding van1453 - 1454 omtrent het Vogelzangsgoed onder Groot-Azewijn: "Dair leget een kempke totten gude gehorende, dair den Mollentoren t' Zedem uyt getichgelt is".  Pachters van het goed waren Johan van Raeffeler en Evert Flogell, die dit stukje land klaarblijkelijk afgestaan hadden aan Johan de Voss. Hij hoefde er één jaar niets voor te betalen ,"umb weder to lande to komen" alzo om het weer tot bouwland om te wroeten, terwijl hij daarna nog vier jaar korting genoot. De rekening van 1525 - 1526 vermeldt voor de molens te 's Heerenberg en Zeddam 335 malder aan pacht. Arnt en Zweer Herms moesten in 1540-1541 nog 287 malder leveren. Doch in 1544 - 1545 leest men: ,"Sweder Moller hefft dat gemaell ten Berge ind to Sedam, sunder kersbarnen drie jair na den andere duerende jaerlix vur IIc - d.i. 200 - malder korns, die twee deell - d.i. 2/3 -gueden, klaeren, droegen rogge dat derde deell guet gerstenmalt." Hij kreeg dit jaar ook nog 25 % korting, overigens geen ongewoon verschijnsel, wanneer bijvoorbeeld een der molens gedurende lange tijd stil had gelegen, omdat er reparaties aan verricht moesten worden. Er valt een aanzienlijke daling in pachtwaarde sinds 1441 te constateren. Natuurlijk moet dit geweten worden aan een minderend aanbod van koren, dat om te malen werd gebracht. M.a.w. het areaal aan graanbouw moet zijn afgenomen. Misschien is de bevolkingsgroei, die in de vijftiende en eerste helft der 16de eeuw zich voordeed er debet aan. Het platteland leed aan een betrekkelijke overbevolking, aangezien met de toen aanwezige middelen het cultuur-areaal niet uitgebreid, noch de productie vermeerderd kon worden. Bestaansmogelijkheden buiten de landbouw waren er nauwelijks, zodat op een gelijkblijvend areaal een toenemend aantal mensen moest leven. Dit leidde tot steeds verder gaande deling en splitsing van boerengoederen en landerijen met vorming van een groot aantal minimale bedrijfjes. Dit kan de graanbouw, kenmerkend voor grote bedrijven, hebben doen verminderen, omdat er veel meer grond gebruikt werd ter voorziening in eigen consumptieve en andere levensbehoeften. Hoe het zij: de 200 malder van Zweder Molner is toch een dieptepunt. Hij had de pacht verkregen ,"sunder kersbarnen", d.w.z. onderhands en niet bij publieke verpachting. Evenals verkopingen geschiedde dit n.l. bij een brandende kaars, die gedoofd werd, als er na een slag niet meer werd geboden. Zijn 25 % korting had ook z'n reden.


Maar nu dan de Molenaars van de Torenmolen. Niet alle gegevens zijn terug te vinden in het archief, zodat er nog open plekken zijn in de gegevens, misschien vinden we nog meer in de toekomst. Van enkele molenaars is bekend waar ze gewoond hebben, dit staat dan tevens vermeld.

  • 1658 Reinder Jansen
  • 1676 Rutger ter Laak
  • 1676 - 1686 Hermen Thomassen
  • 1688 - 1696 Albert Brouwer (Bovendorpstraat 11, staat nu fabriek Pas Reform)
  • 1696 - 1699 Derck Jansen (Bovendorpstraat 11, staat nu fabriek Pas Reform)
  • 1699 - 1707 Mathias Plasman (Bovendorpstraat 9, staat nu het huis van een tandarts)
  • 1708 - 1710 weduwvrouw van Mathias Plasman (Bovendorpstraat 9 staat nu het huis van een tandarts)
  • 1711 - 1712 Oswald Limbeek
  • 1712 - 1727 Cornelis van Heumen (Bovendorpstraat 9 staat nu het huis van een tandarts)
  • 1727 - 1743 Wessel Bos 
  • 1747 Engelbart Dijker (Bovendorpstraat 11, staat nu fabriek Pas Reform)
  • 1756 Weduwe Planckman
  • 1759 Jan Mulders
  • 1766 Hendrik Busch
  • 1771 Willem van Eik
  • 1777 Mathias Polman (Bovendorpstraat, nu de pastorie van Herv. Kerk)
  • 1784 Jacob ter Laak
  • 1788 - 1817 Jacobus Sloot (Bovendorpstraat 12, later huis fam Lanke)
  • 1823 - 1856 Gerrit Jan Pierik (Bovendorpstraat 7, nu Brinks en Wijnhuis)
  • 1856 - 1890 Mathias Herfkens (Bovendorpstraat 7, nu Brinks en Wijnhuis)
  • 1890 - 1928 Herman Gerretschen (Benedendorpstraat nu werkplaats van Gaalen) in 1904 werd Herman Gerretschen eigenaar van de molen.
  • 1929 Dhr. J.H. van Heek kocht de molen zodat het weer in eigendom kwam van Huis Bergh.  Bernardus Lanke (Bovendorpstraat 12) heeft de molen voor een lange periode beheerd, maar niet als productiemolen de molen bemalen.
  • in deze tussen periode zijn er nog een aantal vrijwillig molenaars geweest, hier voor moeten wij nog een stuk archief napluizen.
  • 1974 - 1976 Ton Esman (uit Aalten)
  • 1974 - 1993 Frans Thomassen (Ettemastraat 5) 1982-1992 beheerder van molen
  • 1976 - 1980 Dick Zweers  
  • 1976 - 1982 Eric Bosch (uit Zevenaar)
  • 1979 - 1982 Frans Limbeek (uit Keyenborg)
  • 1991 - 2006 Hans Roem (Ettemastraat 13)
  • 1990 - 1993 D.J. Abelskamp jr. (uit Arnhem)
  • 1990 - 1995 D.J. Abelskamp sr., (uit Warnsveld) jaren verbonden als lid technische commissie bij de molen
  • 1993 - 2006 Frans de Bruin (uit Wenum Wiesem) 
  • 1998 - heden Jos van Dulmen (Ettemastraat 24 a)
  • 1999 - heden Andre van Dissel (Ettemmastraat 8)
  • 2001 - heden Mario van den Berg (Nieuwstr  's-Heerenberg)
  • 2005 - heden Wim Baggerman (St. Oswaldusstraat)