Zeddam  Verhalen van vroeger   Benedendorpsstraat
 update: 29-01-13
Foto's van deze site mogen zonder toestemming niet gebruikt worden voor andere doeleinden.
Tegen een vergoeding is het mogelijk foto's of gegevens van deze site te gebruiken voor privé of zakelijke doeleinden, neem dan contact op de eigenaar.
Belevenissen van de heer Egging  naar aanleiding van foto's van de Benedendorpsstraat 10
Ik ben Eddie Egging, geboren in Klein Azewijn (destijds was het adres Terborgseweg 54, geloof ik) in het huis van een van mijn ooms. Gedoopt werd ik in de Zeddamse kerk. Mijn ouders woonden daar tijdelijk omdat Arnhem toen geëvacueerd was. Mijn moeder, Alei Berentsen, kwam uit Zeddam, vandaar. Mijn opa en oma woonden aan de Benedendorpsstraat 10, een boerderij. Mijn opa was Willem Berentsen (let op, met T) en zou in het dorp beter bekend zijn als Willem Piep (pijp) vanwege zijn rookgewoonte. (Alle Zeddammers hadden, volgens de vertellingen destijds een bijnaam.) Voor zover ik mij kan herinneren, was mijn opa directeur (geweest) van de Boerenbond. Uit een boekje over Bergh bleek hij ook voor en vlak na de oorlog wethouder van de gemeente te zijn geweest. Omdat mijn moeder ziekelijk was en dikwijls in het ziekenhuis lag, brachten mijn broer, zus en ik tijdens die ziekenhuisopnamen veel tijd door in Zeddam. Een enkel jaar zat ik de laatste maand (maanden) van het schooljaar op de jongensschool aan de Bovendorpsstraat. Ik kan mij niet meer herinneren welke klas(sen) dat waren, noch kan ik mij namen van medescholieren herinneren.
De foto "werkplaats" is de aanbouw aan de boerderij. Ik kan mij dat niet meer herinneren, maar het lijkt mij aannemelijk, dat mijn opa ooit timmerman is geweest. De aanbouw werd namelijk de timmerwerkplaats genoemd en was vanuit de boerderij bereikbaar. Een van de dingen die ik mij goed kan herinneren is de grote houten werkbank, die tegen de rechtermuur was geplaatst. Met al het bijbehorende gereedschap konden wij ons uren lang vermaken. Later werden de fietsen (en scooter) van ooms en tantes daar gestald. Het raam links op de foto was van de oude keuken. Een klok had men niet nodig, vanuit dat raam keek men zo op de kerkklok. Ik herinner mij nog de latjes die aan de binnenzijde van de plafondbalken van die keuken waren gemaakt. Daartussen werden aan stokken en in een witte sloop, de zijden spek en de metworsten gehangen. Dat heb ik nog wel meegemaakt.

De foto vanaf de west kant. Het platte gebouw met torentje rechts was -voorzover ik mij herinner- een maalderij van Gerritsen.  Het bijzondere aan dat pand was, dat de stoep bestond uit kleine keien. Nogal ongelijk dus en je was daar verplicht om op de straat te gaan lopen. 

 

De foto vanaf de oostkant van de boerderij. De openslaande deuren en het linkerraam aan de straat zijn van de woonkamer. Het kleine raam in de zijgevel is van een slaapkamer (van opa en oma). Verder is in die zijgevel de deur naar de deel en een kleinere deur te zien. Via die kleine deur werden de koeien op stal gezet. De deel was het centrale punt in huis. Via de deel kon men naar rechts, de gang naar de voordeur en de links en rechts van die gang gelegen oude keuken en woonkamer bereiken. Ook de toegang tot de ruime kelder lag aan die gang. Verder de deel over lopend, was rechts in de achtermuur de deur naar de timmerwerkplaats en links de deur naar de "jongensslaapkamer" en een gangetje naar het "huuske". Vooraan links aan de deel lag de koeienstal. Hier konden acht tot twaalf koeien staan. De koeien (die toen nog horens hadden!)  werden met een halsriem en een ring aan een houten paal vastgezet. De afscheiding tussen deel en koestal was een hardstenen trog. Hoog een de deelzijde en lager aan de stalkant. In het verlengde van de gang in het woonhuisgedeelte, was aan de linkerzijde van de deel ook nog een gang. In dat gangetje zat een hardstenen bak, ooit gebruikt om de melkbussen te koelen. Tegenover de koeienstal lag de keuken. Voor zover ik mij de verhalen kan herinneren, had die ruimte ooit als varkensstal dienst gedaan. Daar stond het fornuis waarop oma (en later een van mijn tantes) de ontbijtpannenkoek bakte. Bij de Berentsen's was het namelijk gebruikelijk dat je de dag begon met een pannenkoek en eventueel nog boterhammen (met roggebrood). De pannenkoek was gevuld met een reep (gepekeld) spek of fruit naar het seizoen. Pruimen (pas op, dat blijft heel lang heet), kersen, appel en soms krenten en rozijnen.
Ik heb ook menig uurtje in Montferland of de Hettenheuvel doorgebracht om bosbessen te plukken. Dat was het summum van genot, een bosbessenpannenkoek. Tegenwoordig smaken die volgens mij heel anders dan vroeger of neemt mijn herinnering mij dan in de maling? Achter het huis was het kippenhok gebouwd met daarbij een grote ren. In de ren stond een grote kersenboom en een boompje met "roggepruumkes". Die waren geloof ik niet echt geschikt om te wecken, dus mochten wij die direct eten als ze uit de boom vielen. Ik kan u verzekeren dat wij heel vaak "per ongeluk" tegen dat boompje liepen. Die dingen waren lekker. Tegenover het kippenhok stond de varkensschuur.
De ramen aan de straatzijde waren vroeger voorzien van blinden. Ik kan mij herinneren, dat die bij het donker worden gesloten werden.
De oprit naast het huis en het erf achter het huis bestond uit een laag kiezels. Dat werd iedere zaterdag aangeharkt, waarbij wij (mijn broertje en ik) als kleine jongens ook mochten helpen. Achter de witte auto op de foto, lag de moestuin. Dat was het domein van oma. Zij verbouwde daar de groenten voor het huishouden. Ook was er een hoekje ingericht voor bloemen. Ik zie nog haar asters voor me.
Een heg (met doornige takken) begrensde de hof aan de straatzijde. Een anekdote: Ik had zojuist leren fietsen, (op een herenfiets met een been onder de stang door) toen de heg gesnoeid moest worden. Enkele ooms waren een hele zaterdagmiddag met de heggenschaar in de weer geweest en hadden zo goed mogelijk het snoeisel bij elkaar geveegd. Alleen was het opruimen van die doornen niet helemaal gelukt. Terwijl de ooms aan het snoeien waren, was ik dus op de fiets van een van hen op straat heen en weer aan het fietsen. En u raadt het al. Ik, of liever gezegd de fietsbanden, hadden de doornen gauw gevonden. Nadat het werk gedaan was, werd er omgekleed en een boterham gegeten. Ik had de fiets weer netjes in de werkplaats gezet. 's Avonds wilde de oom van wie de fiets was, naar zijn verkering. Bleek dat beide banden leeg stonden. Moest hij eerste de banden plakken en vele kleine doornen uit de buitenband peuteren. Ik geloof niet, dat hij toen heel erg blij met mij was.
Het huis is later afgebroken en liet een van mijn ooms (Fons Berentsen) op dezelfde plek een nieuw huis bouwen. De binnenmuur van de deel (tussen de ingang van de werkplaats en de deur van de "jongensslaapkamer" is gedeeltelijk behouden en vormt nu ook nog een van de muren van het nieuwe huis.
 
Ik heb heel goede herinneringen aan Zeddam en dit huis. Ik ben verder opgegroeid in Arnhem en vond daar ook werk. Later ging ik in Rotterdam werken en dan blijkt de afstand toch een hindernis te zijn. Je bent dan ook nog druk bezig met je eigen leven waardoor je wat minder vaak in je (bijna) geboortedorp komt.  Oude liefde roest echter niet.
I